Moord
Dinsdag 11 september 1973 werd een golpe de estado (staatsgreep) gepleegd in Chili. Militairen onder leiding van Generaal Augusto Pinochet namen met bruut geweld de macht over. Het socialistisch experiment van president Salvador Allende, ‘met de smaak van rode wijn en de geur van empanadas’ werd gesmoord in bloed en terreur. De voorstanders van deze machtsgreep – overigens de meerderheid van het Chileense volk – noemden het een pronunciamiento (militaire opstand namens het volk).
Víctor had die dag op moeten treden op de Technische Universiteit. Hij had de universiteit wel bereikt, maar kon niet meer terug naar huis, aangezien de universiteit omsingeld was door militairen.
Woensdag 12 september vielen de militairen de universiteit met groot en ruw machtsvertoon binnen. Studenten en leraren, waaronder Víctor, werden overgebracht naar Estadio Chile (een grote, overdekte sportzaal). Op de binnenbalkons van het stadion waren zware mitrailleurs neergezet. Op de tweede verdieping waren schijnwerpers geïnstalleerd die altijd aan stonden, zodat gevangenen het besef van dag en nacht al snel verloren. Gevangenen moesten bij binnenkomst al hun persoonlijke bezittingen afgeven en werden hun naam en politieke gezindheid genoteerd. Víctor werd herkend door een van de officieren, geslagen, bedreigd en in een van de kleedkamers van de sportzaal apart gezet van de andere gevangenen.
Donderdag 13 september verzeilde Víctor, door een speling van het lot, alsnog op de tribunes van de sportzaal. Hij was geslagen en gemarteld en verkeerde in slechte toestand. Zijn medegevangenen verzorgden hem, knipten zijn haar af en gaven hem een ander overhemd om hem minder opvallend te maken tussen de 5000 andere gevangenen.
Vrijdag 14 september verbleef Víctor ook op deze plek.
Zaterdag 15 september werd Víctor in de loop van de middag door een soldaat gebaard dat hij mee moest komen. Volgens zijn medegevangenen kwam Víctor langzaam overeind, alsof hij wist wat hem te wachten stond. In de uren daarvoor had hij op kleine papiertjes een gedicht geschreven dat later bekend zou worden als ‘Somos cinco milles’ (Wij zijn met 5000). Hij werd geslagen, gemarteld en in de nacht van 16 op 17 september vermoord door één van de officieren tijdens ‘een spelletje Russische Roulette’. Vervolgens kregen dienstplichtige militairen de opdracht hun geweren leeg te schieten op het levenloze lichaam van Víctor.
Zondag 16 september ontdekten buurtbewoners van de wijk Lo Espejo ’s morgens vroeg het lichaam van Víctor. Later was het lijk verdwenen. Opgehaald door militairen en naar het mortuarium gebracht.
Maandag 17 september ontdekte de 20 jarige Héctor Herrera, die werkzaam was in het mortuarium, het lichaam van Víctor. Hij identificeerde het lichaam en bracht Joan Jara op de hoogte.
Dinsdag 18 september gingen Joan en Hector het lichaam van Víctor opeisen in het mortuarium. Na lang zoeken vonden ze het. ‘Ik had niet gezegd tegen Joan dat ze het lichaam niet aan mocht raken; ze knielde naast Víctor neer, nam met een ongelofelijke kracht zijn lichaam in haar armen, en begon in stilte te huilen. Ik trok me even terug en liet haar daar voor een kort moment. Met een immense tederheid behandelde zij zijn lichaam; ze maakte hem schoon, liefkoosde hem, kuste hem en praatte tegen hem.’  Diezelfde dag nog hebben Joan, Héctor en een vriend van Joan die de kosten betaalde voor de kist, Víctor begraven.
Op 15 oktober 1973 verliet Joan, samen met haar kinderen, Chili. Ze vestigde ze in Londen, van waaruit ze de wereld over reisde om het verhaal over haar man te vertellen. Dankzij haar is de erfenis van Víctor Jara bewaard gebleven en bekend geworden.
Rechtvaardigheid
In 1978 spande Joan een proces aan tegen de Chileense staat om de waarheid boven tafel te krijgen wat er zich precies heeft afgespeeld in Estadio Chili en wie de moordenaar(s) van haar man waren. Dit onderzoek wordt na 4 jaar geseponeerd bij gebrek aan bewijs.
In 1983 brengt Joan een boek uit, getiteld Víctor, An Unfinished Song. Hierin vertelt ze openhartig over haar leven met Víctor, over de betekenis van zijn theater en muziek en over de passie voor zijn land. In dat jaar keert ze ook terug naar Chili.
Op 4 oktober 1993 (Chili is dan alweer 3 jaar een prille democratie) richt Joan de Fundación Víctor Jara op. Deze stichting stimuleert zang- en volksdans in de armere wijken van Santiago, archiveert al het bestaande werk van Víctor en publiceert in 1996 een prachtig geïllustreerd boek met bladmuziek van al zijn liederen: Víctor Jara, Obra Completa Musical.
Op 12 januari 1998 spant Joan voor de tweede maal een rechtszaak aan tegen de Chileense staat. Deze rechtszaak heeft wel effect. Getuigen melden zich en durven nu wel te spreken. Langzaam wordt het beeld duidelijk wat er zich heeft afgespeeld tijdens die helse dagen in september 1973.
Op 12 september 2003 wordt Estadio Chile omgedoopt tot Estadio Víctor Jara. Deze symbolische handeling is onderdeel van een breder opgezette campagne om meer aandacht te krijgen voor de slachtoffers van de staatsgreep, waarvan Víctor er één is.
In september 2009 wordt op beval van de onderzoeksrechter het stoffelijk onderzoek van Víctor opgegraven voor forensisch onderzoek.
Op zaterdag 5 december 2009 worden de stoffelijke resten van Víctor opnieuw begraven. De plechtigheid wordt geleid door Joan Jara. Ditmaal is ze niet alleen. Duizenden mensen, onder wie presidente Michelle Bachelet, brengen Víctor jara een laatste eerbetoon tijdens een driedaagse wake in de hoofdstad. ‘Ik geloof dat Víctor eindelijk kan rusten in vrede’, zegt Bachelet. Ze voegt eraan toe dat veel andere slachtoffers van het militaire regime een gelijkwaardig einde verdienen. ‘Er zijn veel families die ook die rust willen hebben. En daarom is het belangrijk dat we niet opgeven en blijven zoeken naar de waarheid en naar gerechtigheid.’
Op 28 december 2012 wordt een groep van 8 voormalige legerofficieren in staat van beschuldiging gesteld. Allen op één na zijn opgenomen in de strafrechtelijke gevangenis die speciaal is gebouwd voor militairen die tijdens de periode 1973-1990 misdaden tegen de mensheid hebben begaan. Het proces tegen deze groep loopt nog steeds.